Over mijzelf (2)

Blije

Pastorie Blije

De pastorie aan de Hoofdstraat in het dorp vlakbij de dijk van de Waddenzee was een prachtige woning. Met een studeerkamer, vier slaapkamers, een ruime zolder en een garage. Ook hadden we een grote tuin voor en achter, met ernaast nog een groentetuin. Echt genieten voor ons, die van een bovenwoning in Groningen kwamen.
Op 1 januari 1978 werd ik door ds. Daan Noort in het ambt van predikant bevestigd. In de middagdiensten deed ik intrede in Blije en Holwerd. Wat ik nooit had gedacht te zullen worden – predikant – werd ik toch. De gemeenten van Blija en Holwerd, na ruim anderhalf jaar één gemeente Blija-Holwerd, waren een prima leerschool. Alles moest ik daar voor de eerste keer doen. Ik herinner mij nog de dag na mijn intrede. Ik vroeg aan Hilda: “Wat moet ik nu doen?” En haar antwoord was: “Begin maar met het voorbereiden van je preken van a.s. zondag.”
Goede herinneringen koester ik aan de omgang met de ambtsdragers in die eerste gemeente. Zowel de diakenen als de ouderlingen. Van hen viel echt heel veel te leren.
Ook waren die jaren deels gewijd aan werk in de classis Dokkum van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Ik was er na mijn bevestiging de derde predikant naast de collega’s A. Duits en J.J. Burger. Al snel daarna kwam J. de Gelder het team versterken. Ook het werk daar was een leerschool. Wel een beetje een harde leerschool. Mijn eerste kennismaking met kerkelijke moeiten. Bij nacht en ontij onderweg voor vergaderingen en onderzoeken. Dwars door sneeuwstormen heen.
Binnen de classis Dokkum, waar F.J. van Hulst en T. Dijkema enige tijd later ook in het ambt van predikant werden bevestigd, werd veel geruild. Dat verlichtte de taken die op ons afkwamen. De tiendaagse veldtocht rond Kerst en Oud en Nieuw werd daardoor dragelijk. Eén zondag herinner ik mij nog. ’s Morgens vroeg met de “bats” achterin de auto op weg, om zonodig de sneeuw te ruimen die in ruime mate voorhanden was.
Tijdens ons verblijf in Blije werd ons gezin uitgebreid met twee zoons. In 1979 Gerben. In 1981 Albert. In de maand september van 1980 werd ik geveld door de colitis ulcerosa. De huisarts dacht eerst aan een besmetting met een darmparasiet. Maar kwam na uitsluiting daarvan tot de diagnose, die later door de internist in Leeuwarden werd bevestigd. Het betekende dat ik een paar maanden niet of maar weinig aan het werk kon zijn. Deze chronische ziekte verhinderde ook dat we een beroep van de kerk te ’s Hertogenbosch voor het werk in Suriname konden tegemoet zien. Met een chronische darmziekte mocht ik niet naar de tropen, aldus dokter Oosterhuis van de Sionsberg in Dokkum. Voor Hilda en mij toch wel een teleurstelling.
Toch kwamen er daarna met enige regelmaat beroepen. Onder andere van de kerk te Emmeloord in de Noordoostpolder. Tenslotte was daar het beroep van de kerk te De Bilt-Bilthoven. Dat beroep nam ik aan en vertrok met mijn gezin, nu met zijn zessen, in juni 1982 naar De Bilt.

De Bilt

Een dorp in het midden van het land onder de rook van Utrecht. Mijn naaste collega daar was Ds. Wicher Triemstra. Dit leidde regelmatig tot verwarring bij preekvoorzieners en kosters. Onze telefoonnummers begonnen ook nog eens beide met 030. In De Bilt werd ik bevestigd door collega Jan de Gelder. Jan was niet alleen al mijn studiegenoot vanaf de vooropleiding, mijn collega in de classis Dokkum, maar hij was ook nauw aan de gemeente De Bilt-Bilthoven verbonden. Zijn moeder en broer woonden in Bilthoven.
Tijdens de jaren dat ik de gemeente daar mocht dienen als predikant en de gemeente in Mijdrecht als consulent, kwam er ook bezoek van de deputaten geestelijke verzorging militairen. Ik kon de verleiding niet weerstaan. Op 1 april 1986 begon een snelcursus krijgsmachtpredikant bij de geestelijk verzorger van de commando’s in Rozendaal. Deelname aan de oefening van de onderofficieren “Pantserstorm” leverde enorme blaren op mijn hielen op. Daarom ging ik daarna op slippers mee op oefening met de verbindingsdienst naar Duitsland. De legerplaats waar ik mocht gaan dienen was bij de Verbindingsdienst op de Generaal Majoor Kootkazerne te Garderen. Daar volgde ik mijn vriend en collega Martin de Niet op. Jammer genoeg was het maar voor de tijd van één jaar en zes weken. Ik vond het een heerlijke tijd. De omgang met beroeps en dienstplichtigen (die vaak maar weinig met het geloof hadden) gaf mij telkens weer nieuwe energie. Wel wil ik hier met dankbaarheid de inzet van Hilda voor het gezin vermelden. Doordat ik veel van huis was, stond zij er ruim een jaar vrijwel alleen voor. Dat offer wilde zij graag voor mij en de dienst brengen.
Ook mocht ik in de jaren na 1987 nog regelmatig op herhaling als reserve legerpredikant. Helaas kwam daar in 1994 ten gevolge van de colitis ulcerosa een plotseling einde aan. Maar daarover later meer.
De tijd in De Bilt gaf ons vaak en veel blijdschap. Niet in het minst door de geboorte van nog eens drie kinderen. In 1983 dochter Hilde. In 1984 dochter Annelies. Tenslotte in 1988 zoon Henk. De eerste twee werden geboren in de pastorie aan Park Arenberg. De laatste werd geboren in het Diaconessen Ziekenhuis te Utrecht.
In 1989 kwam er eind aan onze tijd in De Bilt-Bilthoven. Na voor enige beroepen te hebben bedankt, moest ik besluiten het beroep naar de kerk te Berkel en Rodenrijs aan te nemen. Eind mei van dat jaar vertrokken we met zijn negenen daar naartoe.

Berkel en Rodenrijs

We trokken in de grote pastorie aan de Wilgenlaan. Groot genoeg voor ons grote gezin. De studeerkamer lag deels ondergronds. Staande keek ik op 50 cm hoogte de tuin in. We maakten de opmerking, dat de kerk te Berkel en Rodenrijs ‘grondig werk’ van mij verwachtte.
Met dat werk begon ik nadat ik op zondag 11 juni 1989 door de plaatselijke collega Herman Feenstra in het ambt was bevestigd. Een journalist/medewerker van het plaatselijk weekblad “De Schakel” interviewde mij. Daarna volgden er tal van jaren hard werken in een gemeente die mij steeds meer na aan het hart kwam te liggen. Vooral de grote groepen jongeren die ik op de catechisaties ontmoette droegen daaraan bij.
Tot in het jaar 1993 de colitis ulcerosa zo heftig opspeelde, dat ik moest stoppen met werken en al snel in het Franciscus Gasthuis in Rotterdam werd opgenomen. Na ruim vijf weken werd ik eindelijk geopereerd, waarbij de dikke darm werd verwijderd en ik een ileostoma kreeg. Anderhalve week later mocht ik – de dag voor Sinterklaas – naar huis. Voor ons allemaal een feestelijke thuiskomst. En heel erg verwend door de vrienden, die Hilda in de zeven weken dat ik in het ziekenhuis was, hebben bijgestaan.
Al met al vergde het nog drie tot vier maanden voordat ik weer aan de slag kon. Leren leven met een stoma en aansterken – ik was ruim 25 kilo afgevallen – vraagt nu eenmaal tijd.
In 2003 mocht ik mijn 25 jarig ambtsjubileum vieren samen met de verschillende gemeenten die ik mocht dienen en mijn familie en vrienden. Dit gebeurde in een sing-in met medewerking van de organist Peter Sneep. In 2014 kwam daar het 25 jarig jubileum als predikant van de gemeente in Berkel en Rodenrijs bij. Daarna volgden er nog een paar jaren waarin ik een burn-out kreeg en tijdelijk moest stoppen met werken. Na een half jaar begon ik weer, maar langzaam aan, en haalde tenslotte nog de 50%. Op 27 november 2016 preekte ik afscheid. Toen begon mijn leven als geëmeriteerd predikant – dominee in ruste. Bij mijn afscheid kwam dezelfde journalist mij interviewen als toen ik kwam. Nu voor het plaatselijk weekblad “De Heraut”. Ik begon aan een sabbatsjaar van 13 maanden. Nu preek ik zo nu en dan nog eens als gastpredikant. Ik ben dankbaar dat God mij dat geeft.
In de jaren dat wij in Berkel en Rodenrijs wonen zijn al onze zeven kinderen getrouwd. Wel moet hierbij worden gemeld, dat het eerste huwelijk van onze oudste zoon eindigde doordat zijn vrouw, na negen weken huwelijk, om het leven kwam bij een ernstig ongeluk in Rotterdam. Intussen is hij opnieuw getrouwd. Daar zijn we blij mee en dankbaar voor, ondanks al het verdriet over zijn eerste vrouw.

Tenslotte

In maart 2011 stond er een Portret van een Pastor van mij in het Gereformeerd Kerkblad.